
Je herkent de kamers en boezems van het hart.
Je bepaalt de positie van de grote bloedvaten.
Je past je kennis toe bij het beschrijven van de bloedstroom.
Krijg inzicht in de anatomie van het hart, van hartkamers en kleppen tot de bloedstroom en het ontstaan van de hartslag. In praktijkopdrachten pas je deze kennis toe.
Inbegrepen lesstof: