
Je herkent de belangrijkste basisgroenten.
Je benoemt bladgroenten en stengelgewassen.
Je onderscheidt knol- en wortelgewassen.
Je herkent de verschillende bolgewassen.
Je herkent de belangrijkste basisgroenten.
Je benoemt bladgroenten en stengelgewassen.
Je onderscheidt knol- en wortelgewassen.
Je herkent de verschillende bolgewassen.